Een poel naast een energiecentrale klinkt niet meteen als the place to be, maar een verblijf bij de Blauwe Lagune (Bláa Lóniđ) is zo prettig dat je er waarschijnlijk meerdere keren naar toe zult gaan.
De poel wordt gevoed met zout water dat door de, meestal achter wolken stoom verscholen, Svartsengi-krachtcentrale wordt opgepompt. Nadat het water is afgekoeld heeft het de aangename temperatuur van een warm bad en kun je er zelfs als het sneeuwt lekker in de open lucht in liggen. Door de mineralen en algen is het water bijzonder goed voor je huid: je gaat er beslist weg met een zijdezacht lichaam.
Flatey betekent gewoon 'plat eiland', maar dat wil absoluut niet zeggen dat het landschap saai en niet het bezoeken waard is.
Integendeel, dit eiland in de Breiđafjörđurbaai is een van de mooiste plaatsen van IJsland. Tijdens een wandeling langs de mooie houten huizen door de met boterbloemen bezaaide weilanden zie je de noordse sterns in grote aantallen op de grond nestelen. Iets verderop kun je het bijzondere interieur van de Lutherse kerk bewonderen. Plaatselijke bewoners maakten adembenemende muurschilderingen van Bijbelse taferelen. Achter de kerk vind je ook de kleinste en oudste bibliotheek van IJsland.
Twee van de beroemdste en meest spectaculaire natuurverschijnselen van IJsland liggen vlak bij elkaar aan het begin van een grote vallei.
De 'Gouden Waterval' Gullfoss in de rivier de Hvitá stort zich in twee delen door een lange, nauwe kloof van 70 meter diep naar beneden. Vanaf het omheinde punt boven de watervallen heb je een spectaculair uitzicht. De oorspronkelijke grote Geysir spuit helaas niet meer, doordat ongeduldige bezoekers stukken puin in de bubbelende poel gooiden om hem eerder te laten spuiten. De kleine buur van de Geysir, de Strokkur, spuit elke tien minuten kokend hete stoom een meter of 30 de lucht in. Let op de windrichting!
Veel inwoners van Reykjavik zijn er nog niet over uit of ze het opvallendste moderne gebouw van IJsland mooi of lelijk vinden, maar je kunt er niet aan ontkomen want hij lijkt in elke straat boven je uit te torenen.
De bouw van de door Guđjón Samúelsson ontworpen Lutherse kerk duurde dertig jaar en was in 1974 gereed. Van een afstand lijkt de kerk op een raket, maar na beklimming van de heuvel waarop het gebouw ligt, lijken de betonnen pilaren op zeshoekige basaltzuilen, of een bizar stel orgelpijpen. Je kunt met een lift naar de achtste verdieping van de toren (op 73 meter hoogte) voor een spectaculair uitzicht over de stad.
Deze canyon is waarschijnlijk in een paar dagen ontstaan door een vulkaanuitbarsting en het daardoor vrijgekomen smeltwater.
Een onvoorstelbaar woest landschap met een diepe kloof, rotsen met geheimzinnige echo's, een prachtig dal en de krachtigste waterval van Europa was het gevolg. In deze omgeving is het heerlijk wandelen. 's Zomers is het er weelderig groen en vol bloemen. De Dettifoss, een 45m hoge en 100m brede waterval aan de zuidkant van het park hoor je al verre. Als je ernaast staat is het oorverdovend.
In deze glaciale lagune, slechts van de zee gescheiden door een smalle strook land, drijven heel oude en mooie ijsbergen.
Na de monotone kleuren van het omringende landschap en de kust met zijn koolzwarte gletsjergrind, is de heldere schoonheid van de ijsbergen in Jökulsárlón altijd verrassend. Zelfs op een grijze dag lijkt het samengedrukte oude turquoise ijs met strepen zwarte morene van binnenuit verlicht, terwijl de ijsbergen zich verplaatsen in een statige dans met de wind. Vanaf de brug kun je goed foto's maken en de trip met het amfibievoertuig om tot vlak bij de ijsbergen te komen is zeker de moeite waard.
Roodkeelduikers, toppereenden, hoornfuten, harlekijneenden, wilde zwanen – voor vogelaars is beschermde water- en natuurgebied een waar paradijs.
Duizenden vogels, waaronder vijftien verschillende soorten eenden, broeden in dit gebied. Miljoenen kleine muggen en vliegen houden dit ecosysteem in stand, maar zorgen er ook voor dat bezoekers er verstandig aan doen om een hoed met een net te dragen. Het meer is gemiddeld 2,5 meter diep en is bezaaid met groene eilandjes die eruitzien als minivulkanen. Mývatn heeft zijn eigen natuurbaden, waar je ’s zomers tot middernacht kunt baden.
Drie enorme gletsjers die elk door een diep uitgesleten kloof glijden, domineren het Nationaal Park Skaftafell.
Via de parkwachters zijn excursies, rotsbeklimmingen en trektochten met gids te regelen. Er zijn prachtige wandelingen naar de indrukwekkende waterval Svartifoss en naar het volgende dal en de bergen erachter. De camping is erg populair in het weekend; als je de massa wilt ontlopen kan je het beste door de week komen.
De IJslanders schiepen in Þingvellir de eerste parlementaire democratie ter wereld.
Het eerste parlement werd op deze plek, waar de aardplaten van Amerika en Europa langzaam uit elkaar scheuren, voor eerst in 930 gehouden. Toen de vlakte in 1789 door een aardbeving één meter daalde werd het centrum van de macht verplaatst naar Reykjavik. Vanaf de rots van de Rechtspreker kijk je uit over de vlakte waar de mannen elke zomer in tijdelijke plaggenhutten bijeenkwamen voor dé gebeurtenis van het jaar.
In geologisch opzicht zijn de Westmann-eilanden voor de zuidwestkust nog maar baby's, niet ouder dan zo’n vijf tot tienduizend jaar.
Het jongste eiland, Surtsey, verrees tussen 1963 en 1966 als gevolg van een onderaardse vulkaanuitbarsting en is sindsdien beschermd gebied. Wetenschappers doen namelijk ontderzoek naar de ontwikkeling en kolonisatie van nieuw land. Nu al hebben er plantjes wortel geschoten en er is zelfs al een regenworm gevonden. Een boottocht door deze wateren zal een ieder tot de verbeelding spreken.